Strips in de 80′s

Welke stripreeksen konden u het meest bekoren in de jaren 80? Er was hoe dan ook keuze te over en voor elk wat wils: detectives, humor, science fiction, satire of erotiek. Enkele nieuwe reeksen zagen het daglicht, oudere reeksen kregen er een nieuwe schare lezers bij. Stripweekbladen waren erg in trek en op de Nederlandse televisie was er zelfs een programma helemaal gewijd aan strips en tekenfilms, Wordt Vervolgd.

Met de introductie in 1929 van Hergés reeks over de reporter Kuifje werd België definitief een stripland. Zijn weergaloze tekenstijl van de klare lijn had een enorme invloed, niet alleen in eigen land maar tot ver over de grenzen en tot op vandaag. Na de Tweede Wereldoorlog stond een hele nieuwe generatie, Belgische en Franse tekenaars en auteurs op, die in de jaren 50, 60 en 70 overvloedig vervolgstrips publiceerden in de twee belangrijkste stripweekbladen van het land: Robbedoes, verbonden met uitgeverij Dupuis, en Kuifje (respectievelijk ‘Spirou’ en ‘Tintin’ in het Frans). In het weekblad ‘Kuifje’ verschenen bekende en internationaal verspreide reeksen zoals Blake en Mortimer, Alex, Michel Vaillant en Rik Ringers. ‘Robbedoes’ herbergde op zijn beurt fel gesmaakte stripreeksen zoals Buck Danny, Lucky Luke, Yoko Tsuno, Guust Flater, Robbedoes en Kwabbernoot, De Blauwbloezen en Natasja.

Veel van deze reeksen bleven bestaan en moesten in de jaren 80 nauwelijks inboeten aan populariteit. Tegelijkertijd zetten enkele gevierde nieuwe reeksen de rijke striptraditie verder: denk maar aan Jeremiah (1979), Thorgal (1980), Durango (1981), XIII (1984) of Jessica Blandy (1987). De sf-reeks Storm en detectiveserie Franka startten beide reeds in 1978, maar beleefden hun grootste successen in de jaren 80 en 90. Een buitenbeentje was de erg succesvolle Franse reeks Asterix: deze serie over het onoverwinnelijke Gallische dorpje van de even onoverwinnelijke Galliër werd na de dood in 1977 van scenarist René Goscinny met succes verder gezet door tekenaar Albert Uderzo, met in 1979 de bekende aflevering met de oude Belgen.

Sommige striphelden kregen zelfs een tweede leven op het kleine scherm. Zo maakte de beroemde studio Hanna-Barbera in 1983 een tekenfilmreeks over Lucky Luke, de cowboy die sneller schiet dan zijn schaduw. Ook De Smurfen en Bollie en Billie kregen hun eigen televisieserie. Een schier oneindige toevloed aan merchandising bleef niet uit: de stripfiguurtjes verschenen op kledij, bekers, glazen, handdoeken, eetwaren, reclamepanelen en nog zo veel meer.

Ook in Vlaanderen kwamen er na de Tweede Wereldoorlog enkele bekende krantenstrips zoals Suske en Wiske, Nero en Jommeke. Eind jaren zeventig kwam daar nog een klepper van formaat bij: Kiekeboe. Enkele bekende Vlamingen pikten een graantje mee en stapten de stripwereld in. Zo speelde komiek en zanger Urbanus vanaf 1982 de hoofdrol in zijn eigen stripreeks, een avontuur dat Gaston en Leo met hem deelden in 1984. Striptekenaar Pirana  maakte in 1986 van de Gentse krachtpatser John Massis een onverslaanbare stripheld (TIP! deze strip is nog steeds te koop in de museumshop van het Huis van Alijn, 2€). In Nederland is er voornamelijk belangstelling voor korte humorstrips zoals de Familie Doorzon, Joop Klepzeiker en Jan, Jans en de kinderen die wekelijks in tijdschriften verschenen en later als album uitkwamen. Vanaf 1983 zond de Nederlandse zender AVRO Wordt vervolgd uit, een programma uitsluitend gewijd aan strips en tekenfilms, dat minstens even bekend was omwille van de imitatiewedstrijd op het einde waar kinderen poogden om hun favoriete tekenfilmheld na te bootsen.

In de nasleep van mei 68 ontstond er een nieuwe vrijheid van meningsuiting en politiek getinte, satirische strips gericht tegen het establishment doken meer en meer op. In Nederland waren de belangrijkste namen Joost Swarte, Gerrit de Jager (Familie Doorzon), Eric Schreurs (Joop Klepzeiker), Hein de Kort en Theo van den Boogaard. In eigen land leverde Franquin, de geestelijke vader van ‘Guust Flater’ in 1977 een invloedrijke klassieker van het sarcastische genre af, Zwartkijken. Een andere zwartgallige reeks was G. Raf Zerk van Cauvin, vol macabere gags over een grafdelver en doodgraver. Vanuit een meer absurde hoek kwamen Kamagurka en Herr Seele met een geheel eigen universum op de proppen (Cowboy Henk, 1981). Grafici Ever Meulen en Fritz Van den Heuvel maakten eigenzinnige beeldverhalen en illustreerden tientallen covers van onder meer het weekblad HUMO.

In de jaren 80 komt het genre van de beeld- of striproman op. Deze auteurstrips of graphic novels werden gedrukt in boekvorm, hadden een literaire inslag en waren bestemd voor een ouder publiek. Hugo Pratt maakte met zijn Ballade van de zilte zee de eerste Europese striproman. Andere grote namen van het genre zijn: Jacques Tardi, Didier Comès, Milo Manara, Schuiten & Peeters, Jean-Claude Servais, François Bourgeon, Loustal en Enki Bilal, om er maar enkele te noemen. De 2 grote stripuitgeverijen Casterman en Dupuis voorzagen zelfs speciale reeksen om deze auteurstrips in onder te brengen, respectievelijk ‘Wordt Vervolgd Novellen‘ en ‘Vrije Vlucht‘. Internationaal gesproken is Maus van Art Spiegelman, wereldwijd onderscheiden met literaire prijzen, wellicht de bekendste graphic novel uit die periode, samen met Watchmen van Alan Moore en Dave Gibbons.

Share on FacebookShare on Twitter+1Share on Tumblr

Tags:

Reageer