Cultuur & Maatschappij

#GF13: Vuile Mong, De Vieze Gasten en het Spookkot

Mong Rosseel, in Gent en verre omstreken beter bekend als Vuile Mong, was samen met zijn Vieze Gasten van 1972 tot 1987 een van de hoofdacts op het Groot Podium aan Sint-Jacobs tijdens de Gentse Feesten. Hun sociaal geëngageerde voorstellingen weerspiegelden op een grensverleggende manier wat er gedurende deze woelige tijden reilde en zeilde in ons land. Mong zelf stond vanaf 1977 verschillende keren met zijn bekend ‘Spookkot’, een heuse griezeltent, op de Vlasmarkt.

In 1969, toen Walter De Buck met een handvol kompanen de Gentse Feesten nieuw leven inblies, was Mong een student aan de Sociale School. Hij keek met grote ogen toe hoe een groepje hippies zich had verzameld rond een klein podium naast het openbaar urinoir van Sint-Jacobs: “Ik stond er toen bij langs de zijlijn, zeg maar, maar het is pas vanaf 1970 dat ik iets actiever deelnam aan de Gentse Feesten. Wij hadden ons toen geïnstalleerd in de Sleepstraat, waar we een buurthuis wilden openen, een plaats waar we de kloof tussen studenten en arbeiders wilden dichten. Walter De Buck schakelde ons in om te tappen tijdens de Feesten.” Het buurthuis, ‘Kontakt’, blijkt al snel een schot in de roos en De Buck en zijn  vrienden zijn er geregeld te gast: “Toen we een jaar bezig waren gaven we een groot feest. Walter is toen komen zingen. Tussen de liedjes door zorgden wij dan voor het nodige entertainment. Walter was zo enthousiast over onze interventies dat hij ons aanmoedigde er verder mee te doen. Niet veel later hebben we het buurthuis moeten opgeven, want sindsdien waren we nagenoeg nooit meer thuis, maar altijd aan het spelen ergens te lande. In 1972 hebben we dan Vuile Mong en de Vieze Gasten opgericht. In de zomer van dat jaar stonden we voor de eerste keer op het podium van Sint-Jacobs. Het publiek was laaiend enthousiast!”

Het zou het begin worden van een hele reeks optredens tijdens de Gentse Feesten: “Tot in 1987 waren wij een hoofdact op het Groot Podium. In 1976 hadden wij onze erkenning als vormingstheater gekregen van het Vlaams Ministerie van Cultuur. Onze eerste programma’s waren cabaretesk, sketches met veel rock- en popmuziek. Op zo’n podium kwam dat zeer goed tot zijn recht. Maar vanaf 1978 stonden we ook in onze circustent. Die tent was met een kleine 200 zitplaatsen precies wat we nodig hadden. Daar brachten we sketches vaak zonder microfoons, met meer acteurs en een ander soort muziek, meer ‘theatermuziek’, zeg maar. Programma’s die we in de tent deden, waren dus niet meer zo makkelijk transponeerbaar naar het Groot Podium.”

Op de vooravond van de Gentse Feesten in 1982 opent het Nieuwpoorttheater zijn deuren, een keerpunt voor het Gentse cultuurleven, ook voor Mong en De Vieze Gasten: “Het Nieuwpoorttheater dat was in eerste instantie van Walter. Vanaf 1983 speelden we er, naast onze optredens op het Groot Podium, eenmalig onze ‘echte’ voorstelling, zoals we die in de circustent hadden gespeeld. Vanaf toen traden we dus 2 keer op tijdens de Gentse Feesten: een keer op het Groot Podium, waar het accent op muziek en liedjes lag en nog een keer in het Nieuwpoorttheater, met een meer theatrale opvoering.” Een sleuteljaar was 1987: “In dat jaar stonden we voor het laatst op het Groot Podium. In het Nieuwpoorttheater was er toen een continue programmatie. Guido De Leeuw wilde  absoluut dat wij in de tent naast het theater speelden. Dat is toen bijna op een catastrofe uitgedraaid. We brachten Schemerstad, een voorstelling over Chileense vluchtelingen, die toch enige intimiteit vereiste. Er werd ons beloofd dat er op het moment van onze voorstelling niets op het programma ging staan op het Podium. Tarara! We waren nog maar net begonnen of er was een soundcheck aan de gang! Midden in het tweede deel is het daarenboven apocalyptisch beginnen gieten. Het publiek dat buiten stond, stormde de tent binnen om te schuilen. We hebben de voorstelling noodgedwongen moeten stopzetten. Nadien, vanaf 1988 dus, speelden we niet langer op het Groot Podium, maar  dagelijks in de Baudelokapel. Daar zijn we blijven spelen tot eind jaren 90.”

De Gentse Feesten bleven in die periode maar groeien, maar Mong heeft nooit het gevoel gehad dat hij samen met zijn Vieze Gasten verdrongen werd: “Wij zelf zijn veranderd. Van een nogal luidruchtige cabaretgroep waren we geëvolueerd naar een volwaardige theatergroep. We speelden wel nog liedjes, maar tijdens betogingen, bijvoorbeeld. Dan kozen we een thema zoals Get up, stand up en hop, de rest van de betoging speelden we daar op in. Dat ging maar door en door. Je mag ook niet vergeten dat we volledige programma’s brachten zonder versterking, zonder micro’s. Op het Groot Podium ging dat op een bepaald moment niet langer. In 1987 hebben we dan zelf beslist om daar niet meer te spelen.”

Naast zijn optredens met De Vieze Gasten drukt Mong zijn stempel op de Gentse Feesten met zijn beroemd ‘Spookkot’. In 1977 verschijnt hij voor het eerst met zijn griezeltent op de Vlasmarkt: “Dat is allemaal het gevolg van een weddenschap. Zoals de meeste weddenschappen, afgesloten op café. In casu, Den Ekkentu, het café op de Vlasmarkt. Samen met mijn goede vriend Armand De Pauw hadden wij tegen uitbaatster Cécile zitten stoefen dat we naast haar café een echt ‘Spookkot’ gingen openhouden. Dat hebben we een paar jaar gedaan, dat stoefen. Dat kot begon serieus op Cécile haar systeem te werken. Op het onze ook en in 1977 hakten we de knoop door. En met een vingerknip stond ons ‘Spookkot’ daar.”

Er zouden de volgende jaren nog vele edities volgen: “Het eerste jaar had ons kot nog geen naam. We hadden een kleine tent op de Vlasmarkt gezet, er een paar bankjes uit onze circustent in gezet en speelden iedere avond enkele voorstellingen.” De gruweltent sloeg meteen aan. Maar wat gebeurde er eigenlijk allemaal binnen? “Het podium stond vol met brol. Buiten aan de tent lokte ik roepend de mensen de tent binnen. Er was ruimte voor ongeveer 50 mensen. Die betaalden elk 5 frank. Onze eerste voorstellingen hadden geen naam, maar vanaf 1978 bouwden we een repertoire op. Ik ken alle voorstellingen nog van buiten.”

In 1978 was er ‘De terechtstelling van Van De Walle’, met Armand De Pauw als biechtvader en Daan Hugaart in de rol van oversekste beul: “In dat stuk werd ik onthoofd. Drie weken na de Feesten stonk ik nog altijd naar ketchup!” In 1979 volgt ‘Zulma und Florimond in Zimmer 13’, met onder andere Arne Sierens: “Dat ging over 2 Duitse toeristen in een Gents horrorhotel. Armand had hier het voorrecht om een levend geraamte te mogen spelen. Wim Meuwissen speelde Zulma en Filiep Van Helsuwé haar sinistere butler.” Het jaar nadien werd ‘Le cabinet du docteur Caligari opgevoerd’: “Arne speelde hier een somnambule. Wim dook weer in de vrouwenkleren, dit keer als verpleegster. Dany Vercauteren trad op als reïncarnatie van Claude François.” In 1981 verrast het Spookkot gans Gent met het shakespeariaans drama ‘Olga De Wolvin van het Gravensteen’: “Het publiek zat opgesloten achter tralies: tussen de scène en het publiek hadden we een groot hekken geplaatst. Arne speelde een gevangene, hangend in een vals lijfje aan de wand. Armand waggelde rond verkleed als een gorilla en Filiep werd levend uiteengerekt door Annelies Dierick die de rol van Olga vertolkte. De sadistische beulenvrouw herkent in de gemartelde haar verloren zoon. Dol van vreugde werpt ze zich op hem, wat hij jammer genoeg niet overleeft.” In 1982 bokste Mong ‘De ondergang van de Maagd van Gent’ in elkaar: “Een klassieker in zijn genre! Een voorstelling over hoe Walter de Feesten aan een paar Hollanders had verkocht, om zich nadien terug te trekken in de Lourdesgrot van Oostakker.”

FO-0071-0002

Door de jaren heen traden er wel problemen op. Het geluidsdebiet van het Groot Podium bleef maar stijgen: “De tent die we gebruikten was van De Vieze Gasten. Onze eet- en reistent, eigenlijk. Dat was een gewone tent, hé. Je kon daar dus alles door horen. De voorkant van die tent was oprolbaar en daar werd een houten wand tegen gezet. In die wand zat een deurtje: 2 oogvijzen en een draadje, meer was dat niet. Kwam je ’s morgens toe, dan was er niets mee gebeurd. Na een tijdje hebben we daar toch een slot moeten opzetten. Ook dat hielp niet echt, want ze kropen simpelweg onder het zeil. We hebben er eens een halfcomateuze feestganger in gevonden, die onze tent wel geschikt vond om er zijn roes in uit te slapen. Er begonnen ook meer en meer spullen te verdwijnen, anderen gebruikten de tent als toilet. Afijn, het werd onhoudbaar.” Mong zette een punt achter zijn Spookkot.

In 1986 en 1987 kwamen er wel nog 2 voorstellingen, in een gewijzigd format en samen met De Vieze Gasten. De opbrengst ging bovendien integraal naar de Vredesbeweging: “Deze voorstellingen gebeurden in wat je een ‘doorloopkraam’ zou kunnen noemen. Meer in de richting van een spookhuis op de kermis, dus. We gebruikten ons rijdend podium, waar we een kot op hadden gebouwd. Buiten was er animatie om het volk binnen te lokken.” De eerste nieuwe versie stond in 1986 op de Vlasmarkt en was een kopie van de toen populaire technologiebeurs Flanders Technology: “De bezoeker werd binnen geconfronteerd met de meest waanzinnige uitvindingen. Ik herinner me dat we zelfs ooit eens een mevrouw hebben moeten bevrijden want die zat ineengedoken van de schrik, halfweg, en durfde niet meer verder.”

FO-0071-0004

In 1987 stond Mong voor de laatste keer op de Gentse Feesten. In het stuk ‘De Sint-Anna Priorij’, zo genoemd naar de plaats in Hertoginnedal waar de regering Martens VI in 1987 net het Sint-Anna-besparingsplan had goedgekeurd, krijgt de toenmalige Minister van Begroting Guy Verhofstadt de volle lading: “De ingang van dat Spookkot was de mond van Guy Verhofstadt, met zijn kenmerkende tanden die achter je dichtvielen als een soort hekken eenmaal je binnen was. Nadien volgde je een gevarieerd griezeltraject. Rond die gapende mond was er een gigantische dopperskaart, die dienst deed als gevel. Fabien Audooren, een van De Vieze Gasten, maakte dat allemaal, die was ongelooflijk handig. Ik zelf stond toen buiten ambiance te maken en volk te lokken.” Het kot was opnieuw een groot succes. Zo erg zelfs dat Mong de mensen afraadde om binnen te komen, al was dat een beproefde techniek: “Ik riep dan maar dat de mensen niet moesten komen kijken, want dat het allemaal zever was, dat het echt op niets trok en dat het geld in het water smijten was. Dat was een commercieel trucje dat ik had geleerd bij onze voorstelling ‘Olga De Wolvin van het Gravensteen’. Die voorstelling was ‘Free for English Tourists’. Maar een zwendelorganisatie, met een postbus in Buenos Aires, verkocht voor 20 frank valse Engelse visums. Alleen die waren slechts 10 minuten geldig en de voorstelling duurde bijna 20 minuten! Na 10 minuten legden wij dan de voorstelling stil om de mensen met vervallen pasjes erop te wijzen dat ze moesten betalen. Gelukkig kwam op dat moment de S.A.E.T.I.M. tussenbeide, de vereniging ‘Steun Aan Engelse Toeristen in Moeilijkheden’! We vroegen ook aan ons publiek om de geijkte Engelse uitdrukking ‘Nice’ te gebruiken wanneer ze de voorstelling goed vonden, en ‘Nice Nice’ wanneer ze het niet wisten te pruimen. Met als gevolg dat die hele zaal voortdurend ‘Nice’ of ‘Nice Nice’ aan het roepen was. Ik zal nooit de verbijsterde gezichten vergeten  van 4 Japanse toeristen die ik net had binnengelokt!”. Voor minderbegoeden, die toch in de luren wilden gelegd worden, stond er buiten een vergeetputje: “Naast die put hadden we een plakkaatje gezet met ‘5 frank’. Wanneer je geld de ‘bodem’ raakte, ging er een lampje branden en zagen de mensen een smiley.  Op het einde van de avond zat er veel geld in, hoor. Maar dat mag je niet op schrijven, of ik krijg de belastingen op mijn dak (lacht).”

Voor een mooi overzicht in foto’s van De Vieze Gasten, onder andere in de jaren 80, klik hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *